blog-peer

Voor u gelezen Restanten Helperlinie (bron: gemeente.groningen.nl/)

Posted Een reactie plaatsenGeplaatst in Voor u gelezen

Opnieuw restanten Helperlinie gevonden

Helperlinie

De Helperlinie strekte zich uit van het Winschoterdiep tot het Hoornse Diep.

Bij de voorbereidende werkzaamheden voor de zogenaamde ‘woonrups’, ten zuiden van de DUO werden deze week diep onder het maaiveld opnieuw restanten van de Helperlinie aangetroffen. Bij de bouw van de parkeergarage werd al eerder muurwerk gevonden. In de parkeergarage van de DUO is overigens over de gehele oostwand de Helperlinie afgebeeld. Het gedeelte van de vesting waar we nu zitten ligt net ten oosten van en in het meest oostelijke lunet (driehoekig bastion), zie afb 1.

 DUO_1   

Afb 1. Plan van Menno van Coehorn met ten zuiden van de drie lunetten het Sterrebos afgebeeld. Op het terrein van de duo zijn moestuintjes te zien.

De Helperlinie strekte zich uit van het Winschoterdiep tot het Hoornse Diep aan de westkant van de Hondsrug, en is meer dan twee kilometer lang. De verdedigingslinie bestond uit verdedigingswallen en bastions, bestaande uit aarden wallen, natte en droge grachten en stevig muurwerk.

Bommen Berend

De vesting is eind 17de eeuw door het Rijk aangelegd om Noord Nederland en de stad Groningen beter te beschermen, (mede ingegeven door de belegering van Bommen Berend die ternauwernood was afgeslagen). Vestingbouwmeester Menno van Coehoorn heeft het plan ontworpen. Het was destijds een revolutionaire combinatie van grachten en uitstekende lunetten (driehoekige bastions). Dit ‘Nieuw Nederlands Stelsel’ is later op meer plaatsen toegepast, maar de Helperlinie is het eerste voorbeeld van dit Stelsel. Het is dus niet een vesting als Boertange, maar half verdiept in de grond aangelegd. Aanvallers vanuit het zuiden zien alleen een flauwe helling, maar komen dan pardoes terecht in een droge gracht en staan tegenover een hoge gemetselde muur waarachter de verdedigers zitten (afb. 2).

DUO_2

Afb 2. Doorsnede van het vestingwerk: In lichtrood de verhoogde delen, in geel de droge gracht en in rood het muurwerk (opmetingstekening bij slechting van de vesting).

Het project moet in die tijd minstens evenveel impact hebben gehad als nu de bouw van Ring Zuid nu. Belangrijke toegangswegen als de Hereweg moest tussen de lunetten door worden geprutst , de Oosterweg werd helemaal afgesloten. De aanleg alleen al duurde meerdere jaren en de linie werd in haar bestaan meerdere keren aangepast en gemoderniseerd.

Aanpassingen

Eén van latere deze aanpassingen aan de linie is nu goed tevoorschijn gekomen: In het westen, bijna tegen het Sterrebos aan is het (vroeg) 18de eeuwse muurwerk afgekapt om er een 19de eeuwse doorgang van vier meter breed in te zetten. Op deze plek kon je toen met groot materieel (kanonnen?) van achter de wal in de (droge) gracht komen.

Metselwerk

In bijgaande afbeeldingen zie je onder meer de westkant van deze doorgang. In het metselwerk een natuurstenen blok (zandsteen) waarin een hoek gekapt is en een houten paal staat. Een dikke ijzeren duim (uitstekend) is onderdeel van een ophangsysteem van een stevige houten (?) deur die hier gezeten heeft. De deur zelf is overigens niet aangetroffen. Er is meer houtwerk aangetroffen, liggend voor de doorgang, en ook palen. We hopen met we met dendrodateringen deze precies in de tijd te kunnen plaatsen.

Afbeelding 3a, 3b en 3c: Respectievelijk de  (nog niet schoongemaakte) 19e eeuwse doorgang (3a), de aansluiting tussen oud vestingwerk (waar schep op ligt) en de oostkant van de doorgang (3b) , en de iets schoongemaakte oostkant van doorgang met paal voor deurconstructie.

3a

DUO_3a

3b en 3c

Foto DUO_3b

 

Foto DUO_3c

 

 

 

 

https://gemeente.groningen.nl/actueel/nieuws/opnieuw-restanten-helperlinie-gevonden

Voor u gelezen; Visvijvers onmisbaar in Drenthe (RTV Drenthe)

Posted Een reactie plaatsenGeplaatst in Voor u gelezen

Visvijvers waren onmisbaar in katholiek Drenthe

Verse zeevis was in vroeger tijden in Drenthe niet te krijgen, de aanvoer duurde simpelweg te lang. Wie vis wilde eten moest daarom de netten uitgooien in de plaatselijke beek.

Maar de Drenten bezaten ook nog een andere optie waardoor verse vis permanent onder handbereik was. Historisch onderzoeker Henk Luning uit Assen ploos de geschiedenis uit van de zogenoemde weijers: vijvers waarin vissen werden opgekweekt en gehouden tot ze de pan in gingen.

Belangrijke voedselbron
Henk Luning: “Het woord weijer is afgeleid van het Latijnse woord vivarium, dat letterlijk betekent: ‘plaats om iets in leven te houden’. Dit iets was meestal vis. Vis is in de Middeleeuwen en nog lang daarna een belangrijke voedselbron, niet in het minst vanwege de talrijke dagen in de katholieke kalender waarop het gebruik van vlees verboden is. Vis is een volwaardig vervangingsmiddel. Een weijer, of in het Gronings een viskenij, was hét middel om de voortdurende beschikbaarheid van vis te garanderen.”

Er zijn in Assen meerdere plaatsen waarvan de naam naar zo’n weijer verwijst;  Weiersstraat, Weiersloop en Weierspoort houden de herinnering levend aan het stroompje dat ooit liep waar nu de HEMA en Warenhuis Vanderveen staan.

Van de pastoor naar de dominee
De abdij was eigenaar van de hele marke Assen en had daardoor ook het visrecht in handen. Na de reformatie worden de katholieke eigendommen ingepikt door de Landschap Drenthe. Luning: “Waarschijnlijk gaan ook het visrecht en de drie aanwezige weijers over naar de Landschap. De opbrengsten ervan moesten worden gebruikt voor de kerk, voor het onderwijs en voor de armenzorg. Zo kwamen in Drenthe de vroegere pastoriegoederen nu ten goede aan de predikanten. Voor Rolde betekende dit bijvoorbeeld dat het gebruik van de weijer ten noorden van de kerk overging van de pastoor op de dominee.”

Meun en voorn
Luning spoorde in de archieven nog meer vermeldingen van Drentse weijers op, bijvoorbeeld in Anloo, Gieten, Oosterhesselen, Ruinen en Wapse. Luning: “Een predikant Van Schaick schreef in 1864 in de Drentse almanak dat er een waterkuil lag in een stuk land dat bij de pastorie van Dwingeloo behoorde die hij kwalificeerde als visvijver wegens de aanduiding weijer. Bij Wachtum lag een weijerakker en in Beilen lag een weijer die in 1331 eigendom was van de heer van Borculo.  In Emmen lag een weijer ongeveer op de plaats van de villa Lindenhof bij de dierentuin. Van deze hof is bekend dat in het jaar 1313 een deel van de pacht betaald werd met paling.”

Op de vraag wat voor soorten vis er zoal werden ‘opgeslagen’ in zo’n weijer antwoordt Luning: “Steur, een nu zeldzame maar destijds vaker voorkomende vis, maar ook karper, zeelt, snoek, paling, brasem, meun en voorn. De meesten van deze soorten komen niet meer bij ons op tafel omdat we nu rijke keus aan verse zeevis hebben. Alleen een palinkje gaat er nog wel eens in. ”


Link naar het artikel https://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/142361/Visvijvers-waren-onmisbaar-in-katholiek-Drenthe